Luisterend naar een radiofragment waarin minister Slob praat over sociale veiligheid op school vraag ik mij af waar hij het precies over heeft. Hij vertelt over een school waar inspectie nader onderzoek heeft gedaan. Daar bleek dat de sociale veiligheid onvoldoende geborgd is. Hij legt uit dat het bij sociale veiligheid gaat om openheid in een school en dat er maatregelen genomen moeten worden om te voorkomen dat er dingen fout kunnen gaan, dat leerlingen zich moeten kunnen melden, dat er vertrouwenspersonen moeten zijn. Dat het schoolbeleid geborgd is, dat je alles doet wat je kunt doen om ervoor te zorgen dat er een veilig klimaat is. Ouder en kind mogen daarop rekenen volgens hem.

Dat doet me terugdenken aan de dag dat mijn jongste zoon in groep 8 thuiskwam en vertelde dat er iets mis was gegaan die dag. “Mam, ik heb iets gedaan en ik denk dat het niet klopt, ik heb een soort van gelogen”. Hij huilt. Ik laat hem vertellen. “We moesten zo’n enquête invullen over of je je veilig voelt op het schoolplein en ik heb ‘ja’ in gevuld. Alleen voel ik me helemaal niet veilig of fijn op het schoolplein. Ik heb niemand om bij te staan, de meiden praten over dingen die niet voor mij zijn en de jongens voetballen heel hard en doen stoer. Ik zou het allerliefst gewoon naar huis willen rennen en achter de schuur gaan zitten. Ik hoor er toch niet bij en ik ben anders. Maar ik kon geen ‘nee’ invullen want dan denkt de juf dat ik gepest of geschopt word en dat is niet zo en dan gebeuren er allemaal dingen die ik niet wil, zoals gesprekken. Maar nu heb ik eigenlijk gejokt en daar voel ik me slecht over”.

Mijn jongste voelt zich anders, heeft een klas overgeslagen en mist de aansluiting. Het schoolplein is immens groot en druk in zijn beleving. De juf denkt graag met ons mee, weten we uit ervaring. Ik stel voor met haar in gesprek te gaan. Hij wil het niet, ervaart schaamte. Ik wijs hem erop dat het ook spannend is om de verantwoordelijkheid te nemen. In zo’n gesprek is het van belang jezelf en de ander aan te spreken op het nemen van verantwoordelijkheid. Het gaat erom dat je aangeeft wat jij nodig hebt en wie je aanspreekt (Hart, 2017). Dat je mag leren de ruimte te nemen jezelf te zijn en daarmee de ander uit te nodigen hetzelfde te doen. De juf luistert, geeft aan het nog niet te weten. Hij weet het ook niet en dat is oké. Er is met aandacht naar elkaar geluisterd. In contact, zij keek, hij keek en ze zagen elkaar.

In de weken erna zorgt ze ervoor dat ze groepjes vormt waarin mijn jongste zoon samen werkt met kinderen die hem beter lijken te passen. De juf bedenkt opdrachten waarbij de leerlingen echt nader tot elkaar moeten komen. Ze vraagt hem wat hij nodig heeft voor dat de pauze start, ze nodigt hem uit het aan te geven. Ze legt de verantwoordelijkheid ook bij hem neer. Hij is immers al een leerling uit groep 8, zo geeft ze aan. Steeds meer laat mijn jongste zien wie hij is en wat hij nodig heeft. De juf spreekt mij aan op de gang en vertelt dat ze geraakt is door zijn kwetsbaarheid. Ze praat met hem, ziet hem, heeft aandacht voor hem en hun verstandhouding verbetert aanzienlijk. Ze geeft aan het vaak niet te weten maar zij weet dat hij weet dat ze hem ziet. Zij is ‘in touch’. Mijn zoon weet nu dat hij gezien wordt en de juf krijgt hiermee contact en (h)erkenning (Van Manen, 2014).

Een enquête of vertrouwenspersoon of beleid is hier niet de oplossing geweest voor het welbevinden van mijn jongste, maar de relatie met zijn juf. De verbinding. Aandacht. Mijn zoon is gezien en gehoord en daarvoor was het nodig zijn stem te laten horen. Letterlijk zijn stem. Aan het einde van het jaar schreef mijn zoon een kaart aan zijn juf. ‘Lieve juf, bedankt zonder u was ik nooit zover gekomen!’

auteur: Kim van Haeften

Als ecologisch pedagoog houd ik me bezig met de pedagogiek in het onderwijs. ‘Er zijn’ voor het kind, de ouder en school. Energiek en bevlogen voor het kind en de mens die nabij het kind is. Ik heb meer dan 15 jaar ervaring in alle groepen en meerdere rollen in het basisonderwijs en hoogbegaafdenonderwijs.

Iedereen verdient iemand die er voor hem is. Een jongere die opgroeit als knooppunt in een netwerk heeft tenminste één volwassene nodig die beschikbaar is. Een volwassen die met compassie en aandacht de jongere in het opgroeiproces ondersteunt. Mijn passie ligt in het begeleiden van de volwassene die er voor het kind is. Ik kijk mee, luister, inspireer, enthousiasmeer en leer samen.

https://kimvanhaeften.blogspot.com/

0 Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

©[2019] De Onderwijstafel webdesign in co-creatie met www.tessasmits.nl

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?